Veilig autorijden in bergen

Veilig autorijden in bergen

Veilig autorijden in de bergen draait om één techniek: afremmen op de motor. Door de juiste lage versnelling te kiezen bij het dalen, voorkom je oververhitte remmen en houd je de volledige controle over je auto. Het is een eenvoudige vaardigheid die je reis comfortabeler en veiliger maakt. Ontdek hoe je deze techniek correct toepast en met vertrouwen de mooiste bergpassen bedwingt.

De gouden regel: klimmen en dalen in dezelfde versnelling

De belangrijkste regel voor rijden in de bergen is eenvoudig: de versnelling die je gebruikt om een helling op te rijden, is dezelfde versnelling die je nodig hebt om veilig af te dalen. Wanneer je in een lage versnelling rijdt, bijvoorbeeld de tweede of derde, maakt de motor meer toeren. Bij het stijgen levert dit de trekkracht die nodig is om boven te komen. Bij het dalen werkt dit precies andersom. Laat je het gas los, dan remt de motor de auto af door de weerstand van de draaiende motoronderdelen. Dit noemen we afremmen op de motor. Hierdoor hoef je je rempedaal nauwelijks te gebruiken en voorkom je dat de remmen overbelast raken.

‘ Voorkom dat je midden op een steile helling moet stoppen, maar als het toch gebeurt, gebruik dan de handrem bij het wegrijden om achteruit rollen te voorkomen. ’

Een berg oprijden: kies de juiste versnelling

Wanneer je een berg beklimt, merk je al snel dat de motor harder moet werken. Schakel op tijd terug naar een lagere versnelling om de motor te helpen. Zo houd je het toerental hoog genoeg, meestal tussen de 2.500 en 3.000 toeren per minuut. Dit zorgt voor voldoende trekkracht en voorkomt dat de motor oververhit raakt. Voel je dat de auto snelheid verliest of moeite heeft met de helling? Schakel dan direct terug. Voorkom dat je midden op een steile helling moet stoppen, maar als het toch gebeurt, gebruik dan de handrem bij het wegrijden om achteruit rollen te voorkomen.

Een close-up van een papieren landkaart Een close-up van een papieren landkaart

Veilig dalen: zo rem je op de motor

Afdalen lijkt makkelijker dan klimmen, maar het vraagt meer aandacht. Het grootste gevaar is het oververhitten van je remmen. Als je continu je rempedaal gebruikt, worden de remschijven en remblokken zo heet dat ze hun remkracht verliezen. Dit fenomeen staat bekend als ‘fading’ en leidt tot gevaarlijke situaties. Je voorkomt dit door de motor het zware werk te laten doen.

Schakel terug naar een lage versnelling voordat je aan de afdaling begint. Vaak is dit de tweede of derde versnelling. Laat vervolgens het gas los. Je merkt dat de auto op een gecontroleerde snelheid naar beneden rolt, zonder dat je hoeft te remmen. De motor fungeert als een natuurlijke rem. Loopt de snelheid te hoog op? Rem dan kort en krachtig om de snelheid te corrigeren en laat het rempedaal daarna weer los. Vermijd het constant licht intrappen van de rem.

En met een automaat?

Ook met een automatische versnellingsbak rem je af op de motor. Moderne automaten hebben vaak een handmatige stand (aangegeven met M, + en -) of speciale programma’s voor in de bergen. Hiermee zet je de versnellingsbak vast in een lage versnelling. Sommige oudere automaten hebben een ‘L’ (Low), ‘2’ of ‘3’ stand die hetzelfde effect heeft. Raadpleeg het instructieboekje van je auto om te zien welke opties jouw automaat biedt. Gebruik deze functies actief, want in de standaard ‘D’ (Drive) stand zal de automaat te snel naar een hogere versnelling schakelen, waardoor je alsnog moet bijremmen.

Praktische tips voor onderweg

Naast het correct gebruiken van je versnellingen: houd ook rekening met de volgende zaken voor een veilige rit door de bergen.

  • Haarspeldbochten: Nader een scherpe bocht met lage snelheid. Rem vóór de bocht, niet in de bocht zelf. Schakel terug naar de eerste of tweede versnelling en stuur de bocht rustig in.
  • Smalle wegen: Op smalle bergwegen heeft stijgend verkeer in de Alpenlanden voorrang op dalend verkeer. De reden hiervoor is dat het voor een stijgend voertuig lastiger is om opnieuw op te trekken op een helling. Gebruik je gezonde verstand en geef elkaar de ruimte.
  • Parkeren op een helling: Zet je auto altijd op de handrem en in de eerste versnelling (als je met de neus omhoog staat) of in de achteruitversnelling (als je met de neus omlaag staat). Draai voor extra zekerheid je wielen naar de stoeprand of de bergwand toe.
  • Anticiperen: Kijk ver vooruit en anticipeer op het verkeer en de weg. Schakel je cruise control uit, zodat je zelf de volledige controle behoudt.

Een goede voorbereiding is de basis van een ontspannen reis. Bij Traveler Tips vind je meer artikelen die je helpen je autovakantie slim te plannen. Lees bijvoorbeeld over de verplichte uitrusting voor je auto in verschillende landen of ontdek de mooiste routes door Europa. Verken de website van Traveler Tips en ga goed voorbereid op weg.

Veel gestelde vragen

Voor bergachtig rijden zijn essentiële controles van de banden, remmen en het koelsysteem van je auto cruciaal, evenals een recente onderhoudsbeurt. Belangrijke rijvaardigheden om bij te schaven zijn het gebruik van lage versnellingen voor zowel klimmen (hoge toeren) als dalen (motorrem), en het oefenen van de hellingproef. Wees ook voorbereid op haarspeldbochten, gladheid en het anticiperen op overstekend wild.

Voor steile hellingen gebruik je een lage versnelling met hoge toeren om motoroverbelasting te voorkomen. Bij afdalingen schakel je terug naar dezelfde lage versnelling als bij het klimmen, waarbij de motorrem de snelheid reguleert. Voor haarspeldbochten rem je vóór de bocht af naar maximaal 20 km/u in de tweede versnelling en kijk je ver vooruit. Schakel cruise control uit voor volledige controle.

Bij het plannen van een bergroute is het cruciaal om auto-onderhoud, routeplanning en lokale verkeersregels te controleren. Anticipeer op weersveranderingen door weersvoorspellingen te checken en offline kaarten te gebruiken, aangezien mist, regen of sneeuw snel kunnen wisselen. Rij in een lage versnelling, gebruik de motorrem bij het dalen en vermijd cruise control. Neem extra voorzorgsmaatregelen bij gladheid en wees voorbereid op steenval en overstekend wild.

Voor veiligheid in de bergen zijn een EHBO-kit, warme kleding, een waarschuwingsdriehoek en een veiligheidsvest aanbevolen, naast lokale noodnummers zoals 112. Bij pech, zet de auto veilig weg, laat de motor afkoelen bij oververhitting en plaats een waarschuwingsdriehoek en draag een vest. Parkeer altijd in de juiste versnelling met de handrem aan en eventueel een steen achter de wielen.